| Invallersbepalingen |
Invallersbepalingen
9.1 Opmerkingen vooraf
9.1.1 Regeling afgebroken wedstrijden (3.1.5.5)
Indien bij het uitspelen van een afgebroken wedstrijd een speler uit een ander team meespeelt, dan
geldt dit niet als extra invalbeurt indien deze speler reeds aan het eerste deel van de wedstrijd
deelnam. Nam de speler niet aan het eerste deel van de wedstrijd deel, dan telt het meespelen aan
het tweede deel van de wedstrijd als invalbeurt in de maand waarin dit tweede deel wordt gespeeld.
9.1.2 Bekerwedstrijden (3.1.1.5)
Invalbeurten tijdens bekerwedstrijden tellen NIET mee.
9.1.3 Invallen na de reguliere competitie, bij PD en beslissingswedstrijden (3.1.6.1E)
Als uitzondering op de invallersbepalingen geldt dat na afloop van de reguliere competitie, dus in
beslissingswedstrijden en promotie-degradatiewedstrijden, geen spelers als speler op het
wedstrijdformulier mogen voorkomen die in dezelfde klasse in de eindstand vóór de
beslissingswedstrijden een hogere plaats hebben behaald.
Uitzonderingen hierop vormen jeugdspelers.
9.1.4 Maximale aantal invalbeurten per seizoen (3.1.6.4)
Was het tot nu toe zo dat een speler na TIEN invalbeurten in een hoger team tot dat hogere team ging
behoren, nu is dat gemaximeerd op de HELFT van het aantal wedstrijden in een seizoen van dat
team. In het algemeen zal dat dus 11 of 10 invalbeurten zijn, maar in de halfjaarscompetitie
(Amsterdam) is dat in het algemeen maar 5 wedstrijden!
9.1.5 Interpretatie
Artikel 3.1.6.2 van het wedstrijdreglement dient als volgt gelezen te worden.
Een speler mag tweemaal in één kalendermaand uitkomen in een hoger team dan waartoe hij reglementair
behoort, met een maximum van de HELFT van het aantal wedstrijden in een seizoen van dat
team. Elke keer dat hij na twee invalbeurten in een hoger team in die kalendermaand in een hoger team
uitkomt of het maximum aan invalbeurten in een hoger team per seizoen (helft van het aantal
wedstrijden van dat team) overschrijdt, gaat hij automatisch tot dat team behoren.
Toelichting
Dat betekent dat na het vastspelen in een hoger team, men niet meer in lagere teams mag meespelen
en elke invalbeurt in weer een hoger team in die maand, vastspelen in dat hogere team betekent.
Dit betekent ook dat tussentijdse melding van een wijziging in de teamsamenstelling NIET kan.
Wijzigingen in opgave van de teamsamenstelling gaan in bij het begin van de eerstvolgende
kalendermaand.
9.1.6 Herindeling
Na een herindeling van een klasse in een TOP-klasse en B-poules geldt dat deze poules onderling
niet meer gelijkwaardig zijn. De TOP-klasse wordt dan als naasthogere klasse beschouwd met alle
gevolgen vandien voor toepassing van de invallersbepalingen.
Handboek Competitie Regio Holland seizoen 2008-2009 v1.0 p. 17
9.2.1 Aanvullende invallersbepalingen Regiojeugdcompetitie (3.1.6)
In de Regiojeugdklassen zijn geen aanvullende invallersbepalingen van toepassing, dus alleen de
reglementaire bepalingen 3.1.6.1 t/m 5. Dit houdt met name in dat vanuit de regiojeugdteams niet
lager ingevallen mag worden!
Dispensatiespelers in de Regiojeugd
Voor de Regiojeugd mag men met dispensatiespelers uitkomen. Een dispensatiespeler mag niet meer
dan één jaar te oud zijn voor de betreffende leeftijdscategorie.
Indien men met dispensatiespelers wil gaan spelen, dient men dat bij de inschrijving aan te geven.
Voor het seizoen 2008-2009 geldt dat maximaal één (1) dispensatiespeler is toegestaan.
Voor het seizoen 2009-2010 zijn geen dispensatiespelers meer toegestaan, tenzij de regioraad van
juni 2009 anders beslist.
Indien een klasse meer teams gaat bevatten dan voor een goed competitieverloop gewenst is, kan de
Regiosector Competitie besluiten om teams met dispensatiespelers uit te sluiten. Hier wordt natuurlijk
over overlegd.
Indien dispensatiespelers worden opgegeven dan kan een team GEEN kampioen worden en niet
worden afgevaardigd naar de nationale finale gesloten jeugdkampioenschappen.
Dispensatiespelers in de miet-regiojeugd
Voor de niet-regiojeugd geldt dat men in beginsel met een onbeperkt aantal dispensatiespelers mag
uitkomen, maar een dispensatiespeler mag niet meer dan één jaar te oud zijn voor de betreffende
leeftijdscategorie.
Indien dispensatiespelers worden opgegeven dan kan een team niet worden afgevaardigd naar een
eventuele regionale finale gesloten jeugdkampioenschappen.
Voor deze dispensatiespelers is geen bijzondere anavraag noodzakelijk.
Indien men één of meer spelers wil opstellen die meer dan één jaar te oud zijn voor de betreffende
categorie, dient expliciet dispensatie verleend te worden. Dit wordt dan ook vermeld op de website bij
de dispensatiespelers.
Dit geldt ook indien in een meisjesteam eventueel, na toestemming van de regiosector competitie,
jongens mogen uitkomen.
9.2.2 Invallersbepalingen overige jeugdcompetities
Het is aan alle spelers uit alle teams in de A-, B- en C-jeugdklassen, met uitzondering van de
Regiojeugdklasse, toegestaan om zonder beperkingen uit te komen voor alle teams in die klassen
(hierbij is ook geen onderscheid gemaakt tussen start, basis en top bij de C-jeugd) (3.1.6A).
Te oude spelers (dispensatiespelers) zijn alleen toegestaan als ze op 1 oktober van het betreffende
seizoen niet meer dan één jaar ouder zijn dan voor die categorie is toegestaan.
Teams waarin dispensatiespelers hebben gespeeld, worden uitgesloten voor deelname aan een
eventuele regiofinale gesloten jeugdkampioenschappen.
Het is mogelijk dispensatie aan te vragen voor spelers die op 1 oktober van het betreffende seizoen
meer dan één jaar te oud zijn voor de betreffende leeftijdscategorie; hetzelfde geldt voor het
meespelen van jongens in meisjesteams.
De regiosector Competitie neemt hierover een beslissing en publiceert deze dispensaties.
Uiteraard geldt voor CMV-jeugdleden dat zij, als speelgerechtigde leden, per definitie ongelimiteerd
mogen invallen.
9.3 Overige aanvullende bepalingen senioren
Voor de competitie in de regio Holland zijn onverkort de invallersbepalingen van de nationale
competitie van toepassing zoals vermeld in de betreffende artikelen, met de volgende aanvullingen.
9.3.1 Horizontale invallersbepaling (3.1.6.1B en C)
a Het is aan spelers uit alle teams in de laagste seniorenklasse toegestaan om zonder beperkingen
voor alle teams in de betreffende laagste seniorenklasse uit te komen.
b Het is aan spelers uit alle teams in de een-na-laagste seniorenklasse toegestaan om zonder
beperkingen voor alle teams in de betreffende een-na-laagste seniorenklasse uit te komen.
Toelichting:
Handboek Competitie Regio Holland seizoen 2008-2009 v1.0 p. 18
Deze regeling is dus van toepassing in de 5e en 6e klasse van de halfjaarscompetitie en de 3e en 4e
klassen van de vollejaarscompetitie (ook in speelgebied Noord).
Dit betekent dus niet dat er een horizontale bepaling tussen 3e en 4e of 5e en 6e klasse is!
9.3.2 Invallen in lager spelende teams (3.1.6.1D)
Het is aan spelers uit het voorlaatste seniorenteam toegestaan om tweemaal per kalendermaand in te
vallen in het laatste seniorenteam onder de volgende voorwaarden:
a. het voorlaatste team mag niet hoger spelen dan de 2e klasse;
b. het voorlaatste team moet in dezelfde of de naast-hogere klasse spelen;
c. per wedstrijd mogen slechts twee spelers uit het voorlaatste team meespelen;
d. per maand mag het maximaal om in totaal vier invalbeurten gaan;
e. deze invallersbepaling is niet van toepassing op beslissings- en promotiedegradatiewedstrijden.
Voor de twee laagste seniorenklassen blijft de horizontale invallerbepaling van kracht volgens
3.1.6.1B en C (zie hierbioven 9.3.1).
9.3.3 Invallen recreanten (3.1.5.7+richtlijn)
Het is aan alle teams in de twee laagste seniorenklassen (3e en 4e klasse vollejaarscompetitie en 5e
en 6e klasse halfjaarscompetitie) toegestaan om per wedstrijd één recreant op te stellen, mits deze
lid is van de betreffende vereniging en in het bezit zijn van een NeVoBo-spelerskaart.
Per recreantenlid mag niet meer dan één keer per maand worden ingevallen.
Het is (al een aantal seizoenen) NIET meer toegestaan om verenigingsleden te laten invallen!!!!
9.3.4 Spelen met vijf (5) spelers (3.1.5.6+richtlijn)
Het wedstrijdreglement heeft het spelen met vijf spelers nu mogelijk gemaakt. Dit is toegestaan in de
3e klasse en lager en bij de jeugd, met uitzondering van de Regiojeugd.
De richtlijn Spelen met 5 (vijf) spelers luidt:
Het is aan alle teams in de 3e klasse en lagere klassen en aan alle A-, B- en C-jeugdteams, tenzij het
uitkomt in de Regiojeugdklasse, toegestaan om met vijf (5) spelers aan een wedstrijd te beginnen
en/of te beëindigen. Dit geldt niet indien het team incompleet wordt door het uit het veld sturen van
een speler.
Toelichting/uitleg
Indien een zesde speler op het wedstrijdformulier geregistreerd staat, mag deze bij aankomst direct
invallen indien de NeVoBo-spelerskaart voor aanvang van de wedstrijd aanwezig was. Is dit niet het
geval, dan mag hij pas bij aanvang van een nieuwe set meespelen.
Indien een team als gevolg van het uit het veld sturen door de scheidsrechter van één of meer spelers
op minder dan zes (6) spelers komt, dan geldt deze bijzondere bepaling niet en gaan de resterende
sets verloren voor het team met een tekort aan spelers.
Indien een team als gevolg van blessures op vijf spelers komt, mag wel van deze bepaling gebruik
gemaakt worden.
Als er zes of meer spelers aanwezig zijn, moet er ook met zes spelers gespeeld worden.
Indien een team met 5 spelers speelt, bestaat het team uit 3 voor- en 2 achterspelers.
In het geval van 5 spelers, wordt geacht dat positie 6 (midachter) niet bezet is en ook niet bezet wordt;
in feite wordt dus zonder midachter opgesteld. Er staan dus steeds 3 spelers voor en 2 spelers achter.
Voor de onderlinge posities in het veld (i.v.m. opstellingsfouten) betekent dit:
spelregel 7.4.2.1 iedere achterspeler moet verder van het net afstaan dan de met hem
corresponderende voorspeler
spelregel 7.4.3.2 voorspelers; een deel van de voet van iedere rechter- of linkerspeler moet dichter bij de met hem corresponderende zijlijn zijn dan de dichtstbijzijnde voet van de middenspeler in de eigen lijn;
achterspeler; een deel van de voet van iedere rechter- of linkerspeler moet dichter bij de met hem corresponderende zijlijn zijn dan de dichtstbijzijnde voet van de andere speler;
Als een 6e speler aanwezig gemeld wordt, mag deze direct gaan meespelen, mits de kaart
voorafgaand aan de set aanwezig was; anders mag deze pas meespelen vanaf het begin van de
eerstvolgende set. Deze 6e speler valt, indien de set al gaande is, in op de vrijgelaten positie 6, dus
tussen de spelers die startten op de posities 1 en 5. Daarbij blijft de speler die op positie 5 gestart is,
op zijn plaats staan. Andere spelers moeten dus, eventueel tegen de klok in, één positie
terugschuiven!!!
Omgekeerd geldt dat indien de zesde speler het veld verlaat, een eventuele herpositionering met de
klok mee gaat.
Een speler kan, zonder spelerswissel, op vrijwillige basis het veld verlaten, zonder dat een set ten
einde is, en zijn team met 5 spelers achterlaten, maar deze speler kan tijdens de wedstrijd niet meer
terugkeren. (dit is o.a. gebaseerd op commentaar bij 4.1.3)
Indien een team met een libero speelt en, met uitzondering van uitsluiting door de scheidsrechter, met
5 spelers en de libero overblijft, moet de libero de plaats van de ontbrekende speler innemen.