Verkorte regels voor
C-M-VolleybalNiveau 2:
De bal wordt vanaf de kant waar de bal na de fout is, onderhands over
het net geslagen, waarbij het net geraakt mag worden.
Wie de bal opgepakt heeft moet de bal ook serveren.
Het team mag wel snel op de juiste plaats gaan staan.
Alle manieren van gooien zijn hier toegestaan.
Vangen via een teamgenoot is
ook goed.
Na het serveren of gooien van de bal moet iedereen verplicht een
plaatsje doordraaien.
Springen en dunken van de bal is niet toegestaan.
Niet lopen met de bal.
Klaarstaan naast het net aan de linkerkant van het veld (als je naar
het net kijkt), in juiste volgorde van gemaakte fout.
Tegenpartij staat dus NIET aan dezelfde kant, maar aan de overzijde ,
dus ook links.
Na 3 vangballen achter elkaar mag de voorste speler weer in het veld
terug.
Na een onderhandse of
bovenhandse pass (minimaal een baldikte hoog), gevangen door een
teamgenoot of door de passer zelf, mag het hele team terugkeren in het
veld.
Het is geen fout als het net aangeraakt wordt, of als je onder het
veld doorkomt.
Het is niet de bedoeling dat je onder het net door de tegenpartij
bewust hindert!
terug
Super niveau 2:
Idem als niveau 2, met de volgende aanvullingen:
Een verplichte onderhandse of
bovenhandse pass, nadat er geserveerd is.
Gooien met volleybaleigen manieren, dwz.:
o Bovenhands, ιιnhandig, rechts of links, gooien of stoten.
o Onderhands ιιnhandig met gestrekte arm.
o Tweehandig onderhands met gestrekte armen.
o Tweehandig bovenhands vanuit een kommetje boven je hoofd.
o Achterover gooien met 2 handen is dus ook een goede manier.
Eιn speler mag terugkeren in het veld, nadat een pass (minimaal een
baldikte hoog) gevangen is door een medespeler (vanuit de service of
vanuit een rallybal!) of de laatste speler zelf zijn onderhands
gespeelde bal vangt, dus niet meer bij 3 vangballen.
Een speler mag zijn eigen pass afvangen, maar kan daarbij gιιn speler
terugverdienen, behalve als hij als enige in het veld staat.
Fouten die moeten worden afgefloten zijn:
Een bal vanuit de nek gooien.
Een bal van voor het gezicht of onder de kin wegstoten.
Het uitvoeren van een slingerworp.
Een bal gooien, als er
opgeslagen had moeten worden en andersom.
terug
Niveau 3:
Serveren(onderhands) vanaf het veld waar de bal zich bevindt (snel
opstellen), waarbij het net geraakt mag worden.
Een verplichte boven- of onderhandse pass bij iedere bal die van de
tegenpartij over het net komt. Minimaal een baldikte omhoog.
Hier moet de bal dus wel gevangen worden door een medespeler, behalve
als hij de laatste speler is.
Springen en dunken van de bal is niet toegestaan.
Niet lopen met de bal.
Degene die de bal vangt gooit hem op de goede manier over het net naar
de tegenstander.
Na het serveren of gooien van de bal moet iedereen verplicht een
plaatsje doordraaien.
Gooien met volleybaleigen manieren, dwz.:
o Bovenhands, ιιnhandig, rechts of links, gooien of stoten.
o Onderhands ιιnhandig met gestrekte arm.
o Tweehandig onderhands met gestrekte armen.
o Tweehandig bovenhands vanuit een kommetje boven je hoofd.
o Achterover gooien met 2 handen is dus ook een goede manier.
Klaarstaan naast het net aan de linkerkant van het veld (zie niveau 2)
De voorste speler mag terugkeren in het veld, nadat een onder- of
bovenhandse pass gevangen is door een medespeler (vanuit de service of
vanuit een rallybal) of de laatste speler zelf zijn omhooggespeelde bal
vangt.
Fouten die moeten worden afgefloten zijn:
Een bal vanuit de nek gooien.
Een bal van voor het gezicht of onder de kin wegstoten.
Het uitvoeren van een slingerworp
Het afvangen van de eigen pass, indien er meerder spelers in het veld
staan.
Een bal gooien, als er
opgeslagen had moeten worden en andersom.
terug
Niveau 4:
De bal moet van achter de gehele achterlijn onderhands over het net
geserveerd worden, waarbij het net geraakt mag worden.
Het team moet de bal in drie keer spelen.
Het tweede balcontact vindt plaats met een verplichte ononderbroken
vanggooi- of vangstootbeweging, zonder het lichaam te draaien.
Alleen als de bal boven het hoofd gevangen wordt, mag er een
doorlopende vang-stootbeweging plaatsvinden, anders wordt dit
afgefloten.
De maximale tijd voor een
vang-gooi (of stoot)beweging is 2 seconden.
Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler moet de ploeg
die aan opslag is een plaats doordraaien en gaat de volgende speler
serveren.
De wisselspelers moeten verplicht indraaien bij de opslagplaats.
Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net
gespeeld heeft.
De derde bal mag met 2 handen onder- of bovenhands of
de bal mag met een eenhandige
pushbeweging (op de vingertoppen in opwaartse richting) over het
net gespeeld worden, dus geen gooi- of smashbal.
Hierbij mag gesprongen worden, maar er mag niet gedunkt worden, de
bal moet dus omhoog gepeeld worden.
Er mag niet geblokkeerd of gesmashed worden.
Netfouten en voetfouten bij het serveren worden afgefloten.
Telling: rallypoint, d.w.z. elke fout levert een punt op voor de
tegenstander.
N.B. Eerste en derde balcontact mag naar keuze onder- of bovenhands
gespeeld worden!
terug
Niveau 4 Plus
De bal moet van achter de gehele achterlijn onderhands over het net
geserveerd worden, waarbij het net geraakt mag worden.
Het team moet de bal in drie keer spelen.
Het tweede balcontact vindt plaats met een verplichte ononderbroken
vanggooi- of vangstootbeweging, zonder het lichaam te draaien.
Alleen als de bal boven het hoofd gevangen wordt, mag er een
doorlopende vang-stootbeweging plaatsvinden, anders wordt dit
afgefloten.
De maximale tijd voor een vang-gooi (of stoot)beweging is 2 seconden.
Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler moet de ploeg
die aan opslag is een plaats doordraaien en gaat de volgende speler
serveren.
De wisselspelers moeten verplicht indraaien bij de opslagplaats.
Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net
gespeeld heeft.
De derde bal mag op alle
volleybaleigen manieren over het net gespeeld worden. Er mag dus ook
gesmashed worden.
Hierbij mag gesprongen worden, maar er mag niet gedunkt worden.
Er mag ook geblokkeerd worden.
Netfouten en voetfouten bij het serveren worden afgefloten.
Telling: rallypoint, d.w.z. elke fout levert een punt op voor de
tegenstander.
N.B. Eerste en derde balcontact mag naar keuze onder- of bovenhands
gespeeld worden!
terug
Niveau Super 4:
De bal moet van achter de gehele achterlijn onderhands over het
net geserveerd worden, waarbij het net geraakt mag worden.
Het team moet de bal in drie keer spelen.
Het tweede balcontact is een onderhandse of bovenhandse set-up. Er mag
dus geen enkele bal meer gevangen worden.
Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler moet de ploeg
aan opslag een plaats doordraaien en gaat de volgende speler serveren.
De wisselspelers moeten verplicht indraaien bij de opslagplaats.
Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net
speelde.
De derde bal mag met 2 handen onder- of bovenhands
of de bal mag met een eenhandige
pushbeweging (op de vingertoppen in opwaartse richting) over het
net gespeeld worden, dus geen gooi- of smashbal.
Hierbij mag gesprongen worden, maar er mag niet gedunkt worden.
Er mag niet geblokkeerd of gesmashed worden.
Netfouten en voetfouten bij het serveren worden afgefloten.
Telling: rallypoint, d.w.z. elke fout levert een punt op voor de
tegenstander.
N.B. Eerste en derde balcontact mag naar keuze onder- of bovenhands
gespeeld worden!
terug
Niveau 6 :
De spelers moeten de bal onderhands of bovenhands van achter de gehele
achterlijn over het net serveren, waarbij het net geraakt mag worden.
Sprongservice is toegestaan.
Er mag geen enkele bal gevangen worden, de spelers spelen door, met
kort balcontact.
De bal moet minimaal in twee keer over het net gespeeld worden.
Het team mag de bal maximaal drie keer spelen, daarna moet de bal over
het net gaan.
De wisselspelers moeten verplicht indraaien bij de opslagplaats.
Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler moet de ploeg
aan opslag een plaats doordraaien en gaat de volgende speler serveren.
Er mag gesmashed en geblokkeerd worden.
Alleen bij een blok kan de bal rechtstreeks weer in het veld van de
tegenstander terechtkomen, in dit geval wordt er dus niet 2x gespeeld.
Komt deze bal weer in het veld van de aanvaller terecht, dan moet er
opnieuw minimaal 2x gespeeld worden.
Als iemand een bal bij de blokkering aangeraakt heeft en de bal komt
in het eigen veld terecht, moet de bal nog minimaal 2x gespeeld worden
(mag dus ook nog 3x), daar een blokkering niet meetelt voor het aantal.
Een bal mag niet gestolen
worden, dat wil zeggen, de 2e of 3e bal moet altijd aan de eigen kant
van het net geraakt worden. Als de bal de bovenkant van het net is
gepasseerd, mag deze niet meer door de aanvallende partij aangeraakt
worden.
Telling: rallypoint d.w.z. elke fout levert een punt op voor de
tegenstander.
terug